OVER MIJN WERK
Femke Gerestein
aug 2024 (aangepast juni 2026)
aug 2024 (aangepast juni 2026)
Mijn werk is een voortdurend onderzoek naar de plek van mijn lichaam op en in de wereld. Aan elk werk gaat een performance vooraf. Anders dan een publiek moment is dit een intiem moment gedeeld door mij met het landschap. Mijn grootformaat gedetailleerde tekeningen en afdrukken (van het lichaam direct op papier) waarin deze momenten worden gevangen kunnen gezien worden als een archief van performance documentatie.
Een terugkomende beweging in mijn werk is de val. In de herhaling van het vallen zoek ik naar de intensiteit van het moment en naar manieren om deze momenten vast te leggen. Momenten waarin ik samenval met de wereld om mij heen en de tijd stilstaat. Momenten vol hoop en mogelijkheden èn gevaarlijke plekken in een wankel evenwicht op de grens van verdwijnen in het niets. Het lichaam, mijn lichaam, is in mijn werk het medium voor transformatie, de plek waar de alledaagse wereld van tijd en ruimte plaatsmaakt voor een andere wereld. Wanneer ik de grond raak, het oppervlak van mijn lichaam contact maakt met het oppervlak van de aarde, word ik terug begrensd, gedefinieerd.
TEKENEN EN PERFORMANCE REGISTRATIE
Mijn performatieve acties stonden eerder ten dienste aan mijn tekeningen. In de afgelopen jaren is dit veranderd. De performances komen steeds meer op zichzelf te staan en de notie van wat tekenenen voor mij betekent, verschuift.
BEGRENZING
Een paar jaar geleden liet een bevriend curator me kennis maken met de begin twintig eeuwse tekeningen van neuronen in de hersenen door Santiago Ramón y Cajal. Zolang het brein een mysterie is, zal het universum - de reflectie van de structuur van het brein - ook een mysterie zijn, zo stelt Cajal. Mijn brein verwerkt informatie op een andere manier dan het brein van een neurotypisch persoon. Dit manifesteert zich in veel aspecten van mijn werk(proces). In het opbouwen van een beeld vanuit de details bijvoorbeeld. In de capaciteit om me vele uren achter elkaar te focussen op de handeling van het tekenen. En in de thematiek van mijn werk: mijn neurodivergentie creëert een specifiek soort afstand tot de wereld en tot mijn lichaam. Mijn proprioceptie (letterlijk: zelf/eigen-waarneming) is uit balans. Het vermogen om de positie van mijn lichaam en van lichaamsdelen waar te nemen is verstoord. Slechts in korte momenten, vooral in (stevig) contact met iets (of iemand) buiten mij, voel ik mijn grens. Dit zijn de momenten die ik in mijn werk opzoek.
Mijn werk vertrekt vanuit persoonlijke drijfveren. Het grijpt tegelijkertijd in op existentiële vragen die het persoonlijke overstijgen. Vragen die voor mij van groot belang zijn te stellen in de hedendaagse wereld die snel veranderd, onzeker en onveilig kan zijn. Waar is mijn thuis? Hoe dicht ik de kloof tussen mij en de wereld, tussen mij en mijn lichaam? De mens is van nature een vreemdeling van zichzelf. Ze is niet thuis in de wereld zoals een dier is, maar moet haar omgeving vorm geven.
LICHAAM, OPPERVLAK EN AANRAKING
Mijn documentatie volgt de beweging die ik de afgelopen jaren in mijn werk heb gemaakt in relatie tot het oppervlak: het papier, mijn huid en de grond. In vroeger werk (2018/ 2019) concentreer ik me op de val. In deze grafiettekeningen focus ik me op het kortstondige moment voorafgaand aan de landing: het ogenblik dat mijn lichaam los is van de grond. In twee andere grootformaat tekeningen waarin ik de grenzen van figuratie opzoek, duik ik het oppervlak in. Vervolgens verplaats ik me onder het oppervlak en betrek ik het in de actie. Voor al deze werken leg ik mijn performatieve acties vast met een camera. Een selectie foto’s werk ik uit in tekeningen.
In ander werk registreer ik mijn bewegingen direct in grafiet. Ik wrijf mijn huid in met grafietpoeder en werp me op het papier op de vloer. Dit werk ontstaat in het moment dat mijn huid het papier raakt. Eerst is de aanraking nog voorzichtig, in later werk steeds extremer, harder en obsessiever. Ik plaats me met deze werkwijze in een traditie van kunstenaars die het lichaam als teken-, schilder en boetseermateriaal inzetten: Yves Klein bijvoorbeeld en Kazuo Shiraga, Ana Mendieta, Carolee Schneemann, Lydia Schouten, Rebecca Horn, Alexandra Engelfriet.
Ik zet de rollende beweging uit de “afdruksessies” door in recent werk. Hierin rol ik niet meer over papier, maar over de grond in de buitenwereld. Ik zoek mijn grenzen op, ploeg met mijn lichaam door besneeuwde akkers, bedauwde voren en korenvelden en trek daarmee sporen door mijn huid. Het landschap waar ik me over en in beweeg wordt steeds groter en het lichaam wordt steeds kleiner.
TIJD EN DETAIL IN DE TEKENING
Het herhalen van een beweging is een constante in mijn werk. In 2018 had ik een werkperiode in het Pompgemaal in Den Helder. Ik heb me in en rondom het Pompgemaal duizenden keren laten vallen met mijn camera als enige toeschouwer. In een logboek schreef ik op wat het vallen met me deed. Hoe het me aan het wankelen bracht, de controle kwijt liet raken. Deze ervaring maakt onderdeel uit van het werk, daarom ben ik altijd zelf degene die de performances uitvoert. Een selectie foto’s vormt de basis voor grootformaat grafiettekeningen. Ik selecteerde foto’s waarin de spanning in het lichaam te zien is. In de tekening is mijn lichaam niet overduidelijk vrouwelijk, meer genderloos. Dit komt in veel van mijn werk terug. Het lichaam wordt onpersoonlijk doordat mijn gezicht niet herkenbaar is. Ik droeg tijdens het vallen een gasmasker omdat ik mijn huid had ingewreven met grafietpoeder. Hoewel de val niet ten dienste stond van de afdruk op de grond, bleef het ritueel van het met grafiet bedekken van het lichaam belangrijk. Pas in recent werk sta ik toe dat mijn gezicht herkenbaar in beeld komt.
Aan elk van deze tekeningen werkte ik drie à vier maanden. De tijd maakt onderdeel uit van het werk. Hoewel het moment dat ik in de foto gevangen heb in werkelijkheid heel kort duurde, strekte het in mijn beleving ver uit. Het was alsof de tijd stilstond en ik in dat moment alles kon voelen, helemaal "aanstond”. De intensiteit van het moment en vooral van de beleving daarvan verwerk ik in de tekening. Ook hierin is de herhaling belangrijk. Het tekenen is een als performance die ik elke dag oppak. Ik zet een raster op waardoor ik me kan focussen op de details zonder het overzicht te verliezen. Het tekenen brengt me in een staat die voor mij veel weg heeft van een meditatie.
SCHAAL, MATERIE EN RUIMTE
Voor de twee grafiettekeningen Covered (mountain rocks) en Covered (river rocks) bedekte ik mijn lichaam met zware stenen uit de omgeving. Het lichaam wordt onderdeel daarvan, is als steen. Het gewicht van de stenen is herkenbaar en invoelbaar voor de toeschouwer. In de twee grootformaat tekeningen is mijn lichaam onder de stenen bijna levensgroot en ligt het gecentreerd in beeld. De Covered serie bevat ook kleiner formaat tekeningen en foto’s waarin mijn lichaam bedekt is door ander omgevingsmateriaal zoals hompen klei in de voren van een winters omgeploegd land. In de totale serie wisselt het formaat en de positie van het lichaam ten opzichte van haar omgeving. Tijdens het maken van de foto’s die leidden tot de tekening Covered (Seaweed) heb ik de camera meer afstand laten nemen en wordt omgeving relatief groot (mijn lichaam ligt onder zeewier op de grens tussen water en stenen). Het lichaam in mijn werk verhoudt zich qua formaat, houding en perspectief tot het lichaam van de toeschouwer die er uiteindelijk naar kijkt. De uiteindelijke positionering van het werk in de ruimte werkt hier ook in mee.
In 2023 werd mij de Vleeshal Kunstprijs toegekend. Dit hield een solotentoonstelling in de Vleeshal Center for Contemporary Art in en een samenwerking met gastcurator Martha Jager. In de tentoonstelling Moving Through Thin Places vormt de schaal van het lichaam, dat van mij en van de bezoekers, een markering. Mijn doel was een presentatie die gekenmerkt wordt door licht, luchtigheid en transparantie. Als kunstenaar ben ik goed bekend met de tentoonstellingsruimte. Dit project bood me hierdoor een optimale kans om vanaf het begin af aan de atypische tentoonstellingsruimte mee te nemen in mijn werkproces. Toen Martha mij voor de eerste keer in mijn atelier bezocht, had ik de eerste stappen gezet in nieuwe ontwikkelingen die ik in de tentoonstelling heb doorgevoerd: het gebruik van kalkpapier in plaats van mijn gebruikelijke zware tekenpapier, kleurpotloden in plaats van grafiet en de presentatie van de muur af, de ruimte in.
HUID, KWETSBAARHEID EN DEMATERIALITEIT
In de tentoonstelling toonde ik drie series. De eerste serie start direct bij binnenkomst in de Vleeshal. Deze werken op papier liggen horizontaal op platforms die iets loskomen van de vloer. De serie bestaat uit een recente selectie uit het archief van Body Prints waaraan ik effectief sinds 2016 werk. Tijdens mijn residentie in Kaus Australis (Rotterdam) dat jaar heb ik de werkwijze waarin deze serie ontstaat doorontwikkeld. Ik bedek het oppervlak van mijn lichaam met grafietpoeder. Na deze handeling waarvan de rituele aard bijdraagt aan de intensiteit en de concentratie, laat ik me vallen op het papier. Door mijn lichaam als uitbreiding van mijn materiaal te gebruiken, beleef ik mijn werk. De werken lagen verspreid over het vloeroppervlak van de Vleeshal als een dans op de grond. Daar waar ze zijn ontstaan.
“Hoewel de tekeningen vanuit Geresteins eigen lichaam zijn ontstaan, ogen de werken bijna gedematerialiseerd. Vanwege het transparante karakter van het werk wordt het gevoel van beweging versterkt doordat het werk zich los lijkt te maken van de zwaartekracht. Het voelt daardoor nog meer aan als een momentopname. Alsof, wanneer je over het werk blaast, het materiaal alle kanten op dwarrelt en het lichaam opgaat in de ruimte. Het maakt de werken fragiel en het laat de mens in al zijn kwetsbaarheid zien. Het is de combinatie van materiaal, drager, licht, vorm en context die het lichaam losmaakt van het alledaagse.” (Sandra Markus)*
MOMENTOPNAME, LICHT EN BEWEGING
Ook in de andere twee series in de Vleeshal leg ik beweging vast en creëer ik documenten van ‘thin places’** die enkel op het moment van actie bestaan. Deze Covered series bestaan uit (kleur)potloodtekeningen op kalkpapier. De werken hangen verticaal in de ruimte, zwevend tussen plafond en vloer. De toeschouwer beweegt om de werken heen. De tekening is aan beide kanten van het transparante papier te zien en vangt het invallende licht. Tien kleinformaat tekeningen vormen een installatie die de lengte van mijn lichaam heeft. Je kunt ze enkel van dichtbij goed bekijken doordat ze rug aan rug intiem in een rij hangen. Twee grootformaat tekeningen zijn door de maanden heen in mijn atelier gegroeid tot het formaat dat het lichaam in het werk nodig heeft en dat het beste tot zijn recht komt in de grote tentoonstellingsruimte. De tekeningen en de levensgrote lichamen daarin nemen ruimte in en zijn tegelijkertijd haast niet aanwezig, kwetsbaar en intiem. Half doorzichtig wanneer je ervoor staat en gereduceerd tot verticale lijn als je ernaast staat: een letterlijke ‘thin place’.
Voor de grootformaat en kleiner formaat Covered series legde ik mijn bewegende lichaam vast met een camera die boven me hing. Over mij heen projecteerde ik detailopnames uit de Body Prints. Ik bewoog me onder de projecties door, in constant contact met de vloer van mijn atelier. In de foto’s doemt de contour van mijn lichaam op uit het netwerk van lijnen. De huid van de aarde in de voorgaande Covered serie heeft plaats gemaakt voor het oppervlak van mijn lichaam. De benadering van huidstructuur als landschap is ook in eerdere werk aanwezig.
De gewichtloosheid, ontastbaarheid en transparantie van de projecties in de Covered series in de Vleeshal, is een reactie op de zware en harde stenen en de ijskoude kleihompen. Dat mijn lichaam onder de projecties in beweging kon komen en kleur in het werk kwam, was een belangrijk uitgangspunt voor dit project. De transparantie van het kalkpapier grijpt terug naar de transparantie van de projectie. Dit papier heeft voor mij bovendien veel weg van huid: een rode lijn door deze tentoonstelling en door al mijn werk.
PERSPECTIEF EN DE CAMERA
In 2023 ben ik gestart met een project dat doorloopt tot in het heden. Ik beweeg in het landschap en leg dit in kleur vast met een minidrone die ik zelf kan besturen. Ik kan hierdoor het werk alleen uitvoeren. Dit aspect is belangrijk in al mijn werk. De camera voelt aan als een verlengstuk van mezelf. Ik bekijk mezelf van buitenaf. Als mens ben ik mijn lichaam, ik ben in mijn lichaam èn ik ben buiten mijn lichaam.*** Door de drone te gebruiken, heb ik een belangrijke nieuwe perspectiefverschuiving kunnen bereiken. De camera beweegt zich los van de grond, de lucht in en kan mijn bewegingen vanaf een grote afstand vastleggen.
Elke door de drone vastgelegde performance is een intiem moment gedeeld door mij met het landschap. Mijn werk beweegt tussen aanwezigheid en verdwijnen, controle en overgave, en raakt aan existentiële vragen over verbondenheid, vervreemding en thuis-zijn. Dit project telt (tot nu toe) drie hoofdstukken. Na Walcheren en Noord-Beveland was in januari en februari 2026 het Verklikkerstrand op de Kop van Schouwen de locatie voor mijn registraties.
Van eind 2024 tot en met eind 2028 ontvang ik de Basisbeurs van het Mondriaan Fonds. Deze tekst is een aangepaste versie van mijn aanvraag.
Femke Gerestein
aug 2024 (aangepast juni 2026)
aug 2024 (aangepast juni 2026)
* Sandra Markus, 'Was Getekend Femke Gerestein (Vleeshal Middelburg)', 2024, www.sandramackus.nl
** “Thinness is the point of intersection between the instances of the world as it is, as it was, as it inflects one part upon another in seen and unseen forces”, Mondeen, 2015, geciteerd in 'Encountering Thin Place in the work of Bill Violia and Ana Medieta', Kate Bell, 2016
*** Gebaseerd op het begrip van excentrische positionaliteit van Helmuth Plessner